interview evarist doggen

Vandaag, woensdag 23 januari 2013, spreken we af bij Robrecht en Lincy om de Linkhoutse oud-strijder Evarist Doggen te interviewen. Ik had zelf de eer om Evarist en zijn echtgenote Florentine op te pikken bij zijn thuis.

Evarist was uitstekend voorbereid op het interview en had zijn antwoorden al mooi neergepend in een schriftje. Daarna zaten we meer dan 2 uur geboeid naar de verhalen van Evarist te luisteren.

Waarom werd u aangeduid om naar Duitsland te gaan om er te gaan werken?
We moesten ons melden in Hasselt op een aanwervingbureel. Bij het binnengaan kwam ik een klasgenoot tegen die bij mij in de vakschool gezeten had. “Hé Doggen, zijt gij er ook bij?” vroeg hij. Ik vroeg “Waar bij?”. “Mag ik uw papieren eens zien?” vroeg hij. “Gij hebt toch ook een kruisje achter uw naam staan, gij moet ook gaan!”.

Daarna moesten wij naar het moederhuis om gekeurd te worden en Henrie Gressens was juist voor mij en die ging doen of hij niet hoorde en die Duitse officier had al ne keer of drie luidop gezegd ‘broek laten zakken!’, maar Rikes bougeerde niet dus toen trok de Duitser zijn broek zelf af. Nadat hij alles bezien had zei de Duitser stilletjes’ broek hochziehen’. Zoef, Henri trok zijn broek op. Had hij hen dat ook eerst een paar keer laten zeggen, dan had hij misschien niet moeten gaan, maar nu had hij zich verraden.

Daar kregen wij ons papieren om op 18 maart in Landen te zijn om met een speciale trein vanuit Brussel rechtstreeks naar Duitsland te rijden en hij zat stampvol, we konden enkel op onze korven of op de wc gaan zitten. We hadden korven bij van 70 kilo.

De reden dat wij naar ginds moesten is dat daar niemand thuis was, iedereen tussen 18 en 60 zat aan het front.

Hoe lang hebt u in Duitsland gezeten?
Van 18 maart 1943 tot 6 februari 1944.

Hoe ging het er in Duitsland aan toe tijdens de oorlogsjaren toen u daar was?
Wij waren bestemd om in de fabriek te werken. In Aken aangekomen moesten wij met onze korven van ongeveer 70 kg. naar de kazerne van het Duitse leger. Daar kregen we een potje jam, potje boter en pistolet voor de verdere reis. Op de terugweg naar de trein kregen we vliegeralarm en daardoor raakten we in 2 groepen. Wij moesten de tunnel in onder het spoor.

Na het alarm moesten we terug de trein in voor de verdere reis. Daar riepen ze af dat de eerste vijf rijtuigen voor Leipzig zijn en de andere voor Dresden. Met zeven voor Leipzig en vijf voor Dresden. In de late namiddag kwamen we aan in Leipzig op het Arbeitsamt en van daaruit zouden we naar de fabriek moeten. Maar wij zeiden dat we boeren zijn en vroegen of we niet naar een boerderij konden gaan. We hadden koffie, sigaretten, cacao en tabak bij en wilden er wat voor in ruil geven en hij vroeg met hoeveel we waren. We waren met zeven en het lukte ons. We kregen er wat te eten en een matras om op de grond te slapen in de kazerne.

Hoe werd u behandeld door de Duitsers?
De derde dag moesten we de trein naar Borna nemen. Toen we aankwamen op het Arbeitsamt werden we in drie groepen verdeeld. Drie voor Frohburg: Charel, Urbain en Bernard, twee voor Braunsdorf: Livinus en ik. Livien en ik moesten naar hetzelfde dorp. Een soldaat die herstellende was van bevroren voeten en zijn verwondingen, kwam ons met een paardenkoets halen. Als zij in verlof waren, moesten ze nog komen helpen bij de boeren.

Daar hadden we ook al onze eerste grap aan de hand. Wij kamen er voorbij een winkel en de soldaat wilde er een pakje sigaretten kopen en gaf ons de teugels in handen. Maar het paard, zo één van die bloedmannen, begon zo ongeduldig te worden en we riepen ‘houw’, maar dat betekent ginder ‘lopen’ en vertrok in volle vaart door de stad en de soldaat kwam ons nagelopen. Gelukkig kregen we hem gestopt, met een bebloede muil. We hadden ‘brioe’ moeten roepen, dat is daar ‘stoppen’. Het was er een streng regime. Bijvoorbeeld als de broer van de boer op bezoek kwam op de boerderij of elders en de dochter was erbij dan was dat ‘Heil Hitler’ op straat. Hetzelfde als ge op café zat en iedereen die binnen kwam op tafel kloppen en den Hitlergroet en dan gingen ze op hun plaats zitten.

In ons dorp was er een cinemazaal waar wekelijks een film vertoond werd. Één van die keren waren we ook met ons gezelschap gaan kijken. Er was veel ‘Polizei’ aanwezig omdat in de andere dorpen geen zalen waren. Als de Wochenschau begint, dat is de voorfilm, staat alleman recht en doet de Hitlergroet en het was net die periode dat ze in Stalingrad zo grote verliezen leden. We bleven zitten en de Polizei had dat gezien en ze zetten ons op straat. We waren van schrik niemeer in het café geweest en ik kwam elke avond daar voorbij. Na een paar weken sprak de cafébaas mij aan en vroeg wat er was, of we geen geld meer hadden. Ik zei “Weet ge niet dat ze ons op straat hebben gezet?” en vertelde wat er was gebeurd. Hij antwoordde “Dat zal hier niet voorvallen.”

Had u contact met verzetsleden/geallieerden in Duitsland en in België?
Ik zat zelf in het verzet voor 18 maart 1943 en ook na 6 februari 1944. En in Duitsland met een veertigtal Russen en Polen die er al hun 5de jaar zaten.

Hoe bent u ontsnapt aan uw dwangarbeid?
Ik had al een paar keren gevraagd of ik niet in verlof mocht gaan, maar hij antwoordde altijd “na de winter als de oogst gedorst is en het vervoer van kolen voor de stad voorbij is”. Elke maandag kwam een vrouw uit Borna geslachte duiven of kippen ophalen en ik was juist middag aan het eten toen ze binnen kwam en ze vroeg “Länder?” aan mij en ik zei dat ik een Belg was. En de boer zei “ja en hij zou graag in verlof gaan”. Haar man zat op het Arbeitsamt en ze zei “vrijdag vertrekt de laatste verloftrein, als ge wilt kan ik het misschien nog regelen?”. Woensdag moest ik dan met een pasfoto naar Borna en de nodige papieren tekenen en vrijdagmorgen was de trein. De boer zei “ik zal met u mee gaan want in de stad Leipzig is een statie met in de veertig sporen, anders zal je er niet op tijd zijn”. Ik kon mijn thuiskomst niet meer schrijven aan thuis want dat duurde 14 dagen.

Had u nog contact met uw familie toen u daar was?
Ja, het duurde altijd minstens 2 weken eer brieven bij ons aankwamen. De Duitsers openden elke brief en plakte die ook terug toe. Met een pakje duurde het soms langer. Zo ook met onze brieven die we naar België schreven.

Bent u ooit teruggeweest naar de plaats waar u dwangarbeid uitvoerde?
Neen, ik ben niet terug geweest naar waar ik gewerkt heb. Tot 1990 kon je dat ook niet zonder een speciale vergunning omdat het Russisch gebied was. Daarna ook niet meer aangezien het ganse dorp afgebroken werd voor de ontginning van bruinkool.

Waar was u op D-day?
Op D-Day was ik al terug in België. Ik was sinds februari weer in België en in september werden we bevrijd.

Wat ging er door u heen bij de bevrijding en het einde van de oorlog?
Ik was na 11 maanden terug thuis, maar de andere Linkhoutenaren hebben 27 maanden moeten wachten op hun bevrijding.

Hebt u na de oorlog nog contact gehad met medegevangenen?
Ieder jaar gingen we minstens drie keer op bezoek bij mekaar.

Wat waren uw gevoelens ten opzichte van de Duitsers in 1945 en wat zijn ze nu in 2012?
De oudere waren voor ons goede mensen, maar voor de jongeren waren we uitschot. Na 1945 ben ik verschillende keren in Duitsland geweest. Met de oudstrijdersbond bezochten we elke kazerne van het Belgische leger en ook eens acht dagen aan het Ijzeren gordijn van Kassel tot Hamburg.

Welke aandenkens hebt u nog?
Mijn belevenissen. Ik moest een beervat vullen van 2.000 liter en met de hand pompen en dat vat raakte verstopt en mijn hand schoot langs de muur af. De muren waren bezet met cement en grove kiezelzand en het vel was van mijn vier vingers. Een paar dagen later waren ze aan het zweren en ik moest er mee naar het hospitaal waar ze mij verzorgden. Omdat het zo erg was, moest ik nog verder naar de dokter gaan. Dan moest er spinazie geoogst worden en de schoolkinderen kwamen daar mee helpen. Omdat ik mijn hand niet kon gebruiken moest ik met de wagen naar het station een dorp verder om te leveren en de boer zei “als de wagon er niet is, komt ge maar terug voor de volgende wagon gereed is”. Bij de terugweg zette ik mij op het paard. Onderweg waren Duitse soldaten aan het manoeuvreren en van de schrik steigerde het paard en het paard ging achteruit tegen de tank op, maar de soldaten hielpen mij terug en ik kwam er van af met schrik en wat kneuzingen. Bij mijn terugkomst zei ik “ik was bijna verongelukt”. “Dat geloof ik”, zei de boer, “daar heeft nog niemand opgezeten”.

Wat vindt u van de oprichting van War Visitors Linkhout?
De oprichting van de War Visitors hier in Linkhout met hun tamelijk grote groep, is voor mij een heel goede zaak want wij zijn op leeftijd gekomen dat het niet lang meer zal duren dat wij de herdenking van de twee wereldoorlogen zullen kunnen meemaken. Op de vergadering in Lummen vinden ze het heel bijzonder want hier in de regio hoor je nergens over zulke verenigingen.

Van harte dank voor dit interview Evarist!